Een arbeidscontract met een looptijd van zeven jaar biedt werknemers meer zekerheid voor werk en leren dan flexibele of vaste contracten. Dat betoogt ondernemer en columnist Frank Kalshoven.

Hij lanceerde zijn idee tijdens het Nationale Arbeidsmarktdebat op 7 november 2016, waar politici debatteerden over de toekomst van werk en werken. Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek en heeft 25 medewerkers in dienst. “Iedereen heeft bij ons een vast contract. Dat is nodig want het gaat bij ons om vakbekwaamheid, het is een ambacht waarin oefenen en leren essentieel zijn en waarvoor een bestendige arbeidsrelatie noodzakelijk is. Wat ontbreekt in de discussie over flex versus vast is een leer-werkcontract voor zeven jaar. Je went een half jaar aan elkaar, dan na zes en een half jaar de balans opmaken en kijken of je nog eens zeven jaar met elkaar verder wilt”, aldus Kalshoven.

Meer werkzekerheid door meer kans op een baan

Zo’n nieuw type contract heeft het grote voordeel dat daarin de ontslagvergoeding kan opgaan. “Je kunt dan afspreken om die vergoeding niet meer uit te betalen maar dat geld te gebruiken voor de werkenden als leertijd en leergeld. Zo heeft de werkende voor de langere termijn meer kans op een baan. Dus die krijgt meer werkzekerheid en dat is voor de arbeidsmarkt als geheel heel goed. Als zo’n zevenjaarcontract er eenmaal is gaan we dat bij De Argumentenfabriek ruimschoots gebruiken.”

Verbetering ten opzichte van jaarcontract

Kalshoven riep de zes Tweede Kamerleden die deelnamen aan het debat dan ook op zo’n contractvorm wettelijk mogelijk te maken. Die zagen met name in de opleidingscomponent van dat plan veel mogelijkheden. Zo noemde Linda Voortman van GroenLinks zo’n nieuwe contractvorm een prima toevoeging om de kloof tussen vast en flex te overbruggen. “Het is een verbetering ten opzichte van jaarcontracten. En je beschikt meteen over je opleidingsbudget in plaats van pas na twee jaar zoals nu in de Wet Flex en Zekerheid staat”, aldus Voortman.

Veel potjes worden nu niet benut

Wouter Koolmees (D66) ziet eveneens veel in het gebruiken van de transitievergoeding voor her-, om- en bijscholing voor het geval de werknemer plotseling zonder werk komt te zitten. “Veel bedrijfsscholingspotjes en sectorfondsen worden nu niet benut. Dat is een probleem. Bedrijfsspecifieke opleidingen worden echt wel gevolgd door werknemers. Maar juist die bankmedewerker die wordt ontslagen en vervangen door een appje schoolt zich niet voor de toekomst. Mensen moeten zich dus preventief gaan scholen”, vindt Koolmees.

Veel meer met elkaar gaan sparen

Kamerlid Pieter Heerma (CDA) mikt in het verlengde van het zevenjarig contract op meer verplicht sparen door werkenden voor een nieuwe baan. “We besteden al veel geld aan inkomenszekerheid voor als je met pensioen gaat. Eigenlijk zouden we veel meer met elkaar moeten sparen voor de tijd dat je nog niet met pensioen gaat. Je moet dus potjes aanleggen waarvoor verplicht gespaard wordt om die baan te kunnen vinden voordat je met pensioen gaat. Dus niet pas een transitievergoeding als je die baan al kwijt bent”, aldus Heerma.

Delen:



x

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief

Blijf up-to-date met het laatste nieuws over de inzet van expertise. Vul hier uw e-mailadres in.