In 2014 kon heel Nederland meedoen aan De Nationale Pensioendialoog: een uitwisseling van ideeën en standpunten over de toekomst van ons pensioenstelsel. Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken gebruikt de uitkomsten van de dialoog voor een Hoofdlijnennotitie voor een toekomstbestendig pensioenstelsel. De maandenlange dialoog is aan de meeste Nederlanders voorbijgegaan. Het was dan ook vooral voer voor insiders: pensioenfondsen, economen, verzekeraars, vakbonden, toezichthouders en belangenclubs. En de uitkomsten zijn, zoals te verwachten, bijzonder voorspelbaar: alle belanghebbenden preken voor eigen parochie. Echt nieuwe inzichten zijn in de wirwar van bijdragen nauwelijks te vinden. Wel heel veel wensen van rekenmeesters voor technische aanpassingen.

Oud versus jong

Ouderen willen vasthouden aan het huidige stelsel van collectiviteit, solidariteit en verplichte deelname. Ze houden vast aan de pensioenfondsen, maar willen af van de (te strenge) rekenregels voor dekkingsgraden en indexatie. De jongeren daarentegen willen af van de (schijn)solidariteit tussen de generaties. Zij willen zelf bepalen hoe en waar ze pensioen opbouwen. Wel in collectief beheer, maar zonder verplichte solidariteit en eigendomsrechten. Jongeren zijn ook tegen de huidige doorsneepremie (iedere deelnemer betaalt hetzelfde percentage, ongeacht leeftijd en salaris) die uitgaat van de achterhaalde aanname van 40 jaar bij dezelfde baas in dezelfde branche.

Plicht versus vrijheid

De overtuigde zzp’ers willen vrijheid blijheid. Zij regelen hun pensioen zelf wel. Of niet. Zij zien graag een vrijwillig collectief pensioen met individuele deelnamevrijheid. Eventueel met uitruilmogelijkheden voor het arbeidsongeschiktheidsrisico. Een pensioenplicht zien de overtuigde zzp’ers niet zitten. De vakbonden houden vast aan het huidige stelsel, met een pensioenplicht voor alle werkenden, óók voor zzp’ers. Op die lijn zitten ook de pensioenfondsen die in hoofdlijnen alles bij het oude willen laten.

Meningen versus meningen

Nu alle bijdragen binnen zijn, rest een sterk verdeeld pensioenlandschap. De meningen van de bijdragen lopen volledig uiteen als het gaat om:

  • wel of geen verplicht pensioen voor zzp’ers;
  • wel of geen vrije keuze voor de pensioenuitvoerder;
  • wel of geen maatwerkpensioen met vrije keuzemogelijkheden;
  • de individuele behoeftes en het solidariteitsbeginsel;
  • de verdeling van de verschillende verantwoordelijkheden.

Nu alle bijdragen van de belanghebbende of geïnteresseerde partijen binnen zijn, rest de staatssecretaris de schone taak daarin een basis of consensus te vinden voor haar Hoofdlijnennotitie. De kans is groot dat ons stelsel overeind blijft met hier en daar wat technische aanpassingen. Pleisters in plaats van een robuuste hervorming die antwoord geeft op de totaal veranderde arbeidsmarkt.

Het beste pensioenstelsel?

De regering en pensioenfondsen zijn nog steeds trots op ons pensioenstelsel. Ze wijzen ook graag op de internationale lof die wij voor ons stelsel ontvangen. Maar die complimenten uit het buitenland zeggen meer over de zwakte van de pensioenstelsels over de grenzen dan over de kwaliteit van ons stelsel. Want hoe goed is ons pensioenstelsel eigenlijk? Vraag het de mensen die nu gepensioneerd zijn of nu een pensioen moeten aankopen. Vraag het de jongeren die solidair moeten zijn met de ouderen. Vraag het de flexwerkers en zzp’ers. Velen vallen buiten de boot of betalen voor bestaande rechten zonder zelf ooit van die rechten te kunnen genieten.

De eerste pijler: de AOW

Waar we trots op kunnen zijn is de basis: de AOW. De AOW is verplicht, solidair en collectief. Voor iedere inwoner van Nederland. De ruim 30 miljard per jaar aan AOW-uitkeringen vormt de helft van alle pensioenuitkeringen en bieden een zeker bestaansminimum. Een goed fundament dat uitgangspunt moet blijven van ons stelsel. De AOW staat ook nauwelijks ter discussie.

De derde pijler: het privépensioen

Naast de AOW kunnen mensen zelf voor hun pensioen sparen, via verzekeringen of bank sparen. Maar ook het eigen huis, het bedrijf of eigen vermogen (sparen of beleggingen) kunnen als pensioen dienen. Deze zogenaamde derde pensioenpijler is helemaal vrij. Sommige voorzieningen worden fiscaal gestimuleerd bij een aantoonbaar pensioentekort. Over die belastingprikkels zijn de meningen verdeeld. Radicale hervormers van het pensioengebouw zijn vaak tegen fiscale facilitering van deze vrije pensioenvoorzieningen.

De tweede pijler: het werkgerelateerde pensioen

Over de eerste en derde pijler is er unanieme eensgezindheid. De verdeeldheid betreft dan ook uitsluitend de tweede pijler, de pensioenopbouw van werknemers via een pensioenfonds of via een verzekeraar. Werknemers betalen hiervoor ongeveer een vijfde van hun loon. De veroudering van ons pensioenstelsel zit vooral bij de pensioenfondsen. Hier heersen de grote vragen: wel of geen verplichte deelname, wel of geen collectieve deelname en wel of geen verplichte onderlinge solidariteit.

De pensioenfondsen hebben het al jaren zwaar. Eerst kregen ze klappen door de kredietcrisis, nu zuchten ze onder de lage rente. Hoewel ze zwemmen in het geld en het geld met bakken binnenstroomt, nemen de verplichtingen nog harder toe. De scheefgroei tussen inkomsten en verplichtingen wordt alleen maar groter. De fondsen staan ‘onder water’ en moeten soms draconische maatregelen nemen door niet te indexeren of zelfs op de pensioenen te korten.

Uitsluitingen en gedupeerden

Pensioenfondsen kampen met problemen, maar het stelsel in de tweede pijler leidt ook tot ongelijkheid. Dat geldt vooral voor mensen die vaak van baan wisselen, jongeren, flexwerkers en uitzendkrachten. Bovendien is het systeem afgesloten voor het groeiende leger zzp’ers. Hierdoor brokkelt het draagvlak voor het pensioenstelsel af. Die afnemende steun wordt versterkt door de complexiteit van pensioenen. De gemiddelde pensioendeelnemer begrijpt niets van z’n pensioen en houdt zich er dan ook niet mee bezig. Pensioen is een spel waaraan iedereen verplicht moet deelnemen, maar waarvan slechts een kleine elite de spelregels begrijpt, opstelt en voortdurend verandert.

Splitsing tweede pijler

In hun bijdragen aan de Nationale Dialoog adviseren o.a. de Sociaal Economische Raad en de Nederlandsche Bank voor het opknippen van de tweede pijler. Je krijgt dan een verplicht, fiscaal gefaciliteerd, uniform deel voor de lage inkomens en een vrijwillig deel waar de fiscus niet aan meebetaalt. De partijen verschillen in de scenario’s hoe de ‘knip’ moet plaatsvinden. De kern is echter gelijk: de tweede pijler wordt gesplitst in twee pijlers.

De economen Arnout Boot en Kees Cools schreven namens de Koninklijke Vereniging voor de Staatshuishoudkunde een preadvies waarin zij pleiten voor een nieuw pensioenstelsel naast het oude dat geleidelijk afgebouwd moet worden. Oók zij pleiten voor een gesplitste tweede pijler. De tweede pijler bestaat dan uit een vast deel met zekere geïndexeerde pensioenaanspraken op basis van het aantal dienstjaren en een flexibel deel waarbij de deelnemer alle risico’s loopt.

Opblazen tweede pijler

Die opsplitsing gaat econoom Kees Kraaijeveld nog niet ver genoeg. In Vrij Nederland deed hij de suggestie de tweede pijler maar helemaal op te blazen. We houden dan een AOW met hogere uitkeringen als basis en daarbovenop een volledig vrijwillige pensioenopbouw zonder belastingvoordeeltjes. Kraaijeveld wil dus een pensioenstelsel met twee lagen: een brede collectieve basis met, voor wie wil, individuele extra’s. Voordelen van zijn radicale oplossing zijn er zeker: het is eenvoudig, maakt een einde aan het gedoe met pensioenfondsen, biedt zekerheid aan iedereen en keuzevrijheid voor wie het geld ervoor over heeft. Maar Kraaijeved laat onbeantwoord wat we met de kassen van de pensioenfondsen en met de oude pensioenrechten moeten doen.

Het opsplitsen of opblazen van de tweede pijler is een interessante gedachte. Interessanter dan al die voorspelbare technische bijdragen van belanghebbenden tijdens de Nationale Pensioendialoog. Het wachten is nu op de Hoofdlijnennotitie van de staatssecretaris.

Delen:



x

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief

Blijf up-to-date met het laatste nieuws over de inzet van expertise. Vul hier uw e-mailadres in.