Er woedt een heftige discussie over het TTIP, het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringverdrag tussen de Europese Unie (EU) en de Verenigde Staten (VS) dat in de maak is. Voor- en tegenstanders betwisten elkaar met tegengestelde voorspellingen. Is het verdrag een gevaar voor de Europese arbeidsmarkt? Of juist een zegen?

Westen versus de rest

Met het TTIP vormen de EU en de VS een vrijhandelszone die moet opboksen tegen de toenemende concurrentie op de wereldmarkt. Het is een economisch en democratisch blok van de westerse wereld tegenover de toenemende macht van China, India en Rusland. Het TTIP wordt ook wel gezien als het economische zusje van de NAVO. En net als de NAVO kan het verdrag de contractanten verbroederen, maar ook tegenreacties oproepen van niet-aangesloten machten. Maar er zijn ook andere zorgen. Over banen. En over arbeidsrechten.

Top secret

Eén ding is zonneklaar: er is veel onduidelijk over het verdrag in wording. Topdiplomaten en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven onderhandelen in het diepste geheim achter gesloten deuren. Informatie komt maar mondjesmaat naar buiten. Iets wat het wantrouwen van tegenstanders alleen maar voedt. De geheimhouding leidt tot wilde verhalen over wat ons te wachten staat. Feiten en ficties lopen door elkaar. Krijgen we straks chloorkippen? Genetisch gemodificeerd voedsel? En schaliegasboringen? De verwarring is zo groot dat de Europese Commissie een folder heeft uitgebracht met de veelzeggende titel ‘The top 10 myths about TTIP. Separating fact from fiction’. En eurocommissaris Malmström heeft als gebaar van openheid bijna 50 onderhandelingsteksten op de TTIP-website van de Europese Commissie geplaatst. Een informatieoverkill die de transparantie juist weer schaadt.

Voorstanders

Voorstanders van het TTIP - vooral multinationals, exportbedrijven, beleggers en liberale politici - hebben een aantal steekhoudende argumenten. Het verdrag beslecht handelsbarrières zoals productstandaarden en importtarieven. Daardoor worden de Amerikaanse en Europese markten toegankelijker voor elkaars bedrijven. Dit bevordert de wederzijdse handel en daarmee de economie, welvaart en het aantal banen. Zeker, er vloeit werk weg naar de VS, maar er komen ook banen terug. Het is tweerichtingsverkeer. Nederlandse bedrijven in de agrifood, high tech, horticultuur, zuivel of chemie kunnen veel verdienen als de belemmeringen verdwijnen. Dat geldt zeker als de 'Buy American Act' wordt afgezwakt. Door deze protectionistische wet hebben Europese bedrijven, bijvoorbeeld baggeraars, nu geen toegang tot de Amerikaanse markt als het gaat om goederen of diensten voor publiek gebruik.

De voorstanders rekenen ons voor dat het TTIP miljarden euro’s kan opleveren en honderdduizenden banen creëert in Europa, waarvan tienduizenden in ons land. Volgens onze eigen overheid levert het TTIP ons 1,4 tot 4,1 miljard euro op. Structureel. Ook is de Nederlandse regering ervan overtuigd dat het TTIP ons meer banen oplevert omdat wij het juist van de export moeten hebben.

Tegenstanders

Tegenstanders van het verdrag zijn: vakbonden, milieugroeperingen en sociaaldemocratische, socialistische en groene politici. Zij vrezen dat het verdrag ten koste gaat van de arbeidsvoorwaarden, het milieu, de volksgezondheid en het democratisch gehalte van de Europese landen. Door het verdwijnen van de handelsbarrières moeten de standaarden voor producten en sectoren gelijk getrokken worden en verschillen in regelgeving worden weggenomen. Dit kan de Europese standaarden voor veiligheid, milieu, gezondheid en consumentenbescherming aantasten.

Het is de angst voor een race to the bottom: een neerwaartse spiraal richting de laagste standaard. De tegenstanders gaan ervan uit dat de Europese standaarden superieur zijn aan de Amerikaanse en dat wij afglijden naar de laagste standaarden. Dat geldt ook voor de kwaliteit van arbeid.

Doordat de arbeidskosten in de VS lager liggen, neemt de druk op arbeidskosten en lonen in Europa toe. De concurrentie op de Europese markt neemt toe door het toetreden van Amerikaanse bedrijven, producten en diensten. De kans bestaat dat er getornd wordt aan ons sociale stelsel, met sociale zekerheid en een relatief hoog minimumloon. Zekerheid verdwijnt, maar ook Europese banen vloeien weg naar Amerika. Zo vreest werknemersorganisatie FNV dat door het TTIP er 600.000 banen in Europa verloren gaan.

Een zorg is ook de bemoeienis van bedrijven met Europese regelgeving. Bedrijven kunnen via het ISDS (Investor-State Dispute Settlement) een arbitragezaak tegen een vreemde overheid opstarten als het bedrijf of de investeerder vindt ten onrechte benadeeld te worden door wet- en regelgeving van deze overheid. Een ISDS-zaak gaat buiten de nationale rechtbanken om en wordt beoordeeld door drie advocaten die per zaak worden aangewezen. Er zijn nu al voorbeelden van multinationals die miljardenclaims neerleggen bij overheden omdat wetgeving ten koste zou gaan van hun winstkansen. Zo eist energiebedrijf Vattenfall 3,7 miljard euro van de Duitse overheid vanwege het sluiten van kernenergiecentrales, claimt tabaksgigant Philip Morris miljarden dollars van de Australische overheid omdat het merk en logo niet meer op de sigarettenverpakkingen mogen staan en klaagt het Franse transport- en OV-bedrijf Veolia de Egyptische staat aan omdat de overheid het minimumloon wil laten meegroeien met de inflatie.

Vakbonden vrezen ook de aantasting van beschermende regels voor werknemers. Sommige regels zijn in de VS zwakker dan in Europa, bijvoorbeeld voor werken met kankerverwekkende stoffen. Met het TTIP ontstaat het risico dat het aanscherpen van regels in Europa onmogelijk wordt en dat juist onze regels over arbeidsomstandigheden zwakker worden.

Kloppen de voorspellingen?

Of het TTIP banen kost of oplevert, is onbekend. Onderzoek naar effecten van andere handelsakkoorden tonen aan dat het geen banenmotoren zijn, maar dat er juist veel banen verdwijnen. In de discussie bepalen de belangen en de positie vaak of het optimistische of pessimistisch scenario wordt aangehaald. Economische rapporten van de VN en de EU spreken elkaar tegen. Wel staat vast, ook onder de voorstanders, dat het TTIP op korte termijn tijdelijke werkeloosheid oplevert in specifieke sectoren. Het zou gaan om 400.000 tot 1 miljoen werknemers die in Europa hun baan verliezen. Volgens de voorstanders krijgen deze werklozen snel weer een baan doordat er in andere sectoren werkgelegenheid zal ontstaan. Of het zo gemakkelijk zal gaan om over te stappen naar een andere sector is de vraag. Zeker voor lager opgeleide en oudere werknemers is het moeilijk om van vakgebied te veranderen. Verder is het de vraag welk type banen er voor de verdwenen banen terugkomen. Tegenstanders vrezen een omruil van ‘echte banen’ naar ‘pulpbanen’: tijdelijk, flexibel, 0-uren.

Wat vindt de regering?

De Nederlandse regering is voorstander van het TTIP vanwege de werkgelegenheid en de structurele economische groei. Maar de regering accepteert het verdrag niet zonder meer. Minister Ploumen van Buitenlandse Handel laat de impact van het TTIP op de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden in Nederland onderzoeken door de SER (het adviesorgaan van ondernemers, vakbonden en onafhankelijke experts).

Na aanvankelijk enthousiasme is de minister toenemend kritisch over het handelsverdrag. Voor haar zijn er enkele ‘rode lijnen’ die niet overschreden mogen worden. Zo mag het verdrag de Europese voedselstandaarden en milieunormen niet aantasten. Ook is zij kritisch op het voorgestelde arbitragesysteem ISDS. Verder wil zij dat het verdrag door de nationale parlementen van de EU-landen wordt goedgekeurd. Hierin staat zij tegenover de Europese Commissie die een goedkeuring van het Europees parlement voldoende vindt. Linkse oppositiepartijen gaan nog verder dan de minister en willen het verdrag via een raadgevend referendum voorleggen aan de bevolking.

De kritiek in Den Haag blijft niet beperkt tot de linkse partijen. Zo heeft de Tweede Kamer in maart een motie aangenomen waarin staat dat het TTIP geen afbreuk mag doen ‘aan ons nationale rechtssysteem en onze democratische besluitvorming’. Dat is een bescherming tegen ISDS en moet voorkomen dat een Amerikaans bedrijf ons kan dwingen tot lagere eisen aan arbeidsomstandigheden, werktijden en beloning van werknemers.

Voor of tegen?

Moeten we ons op voorhand uitspreken over het TTIP? Voor of tegen? Dat is lastig zolang we in het duister tasten wat het verdrag precies inhoudt. Door het gegoochel met cijfers en verwachte effecten is iedere uitspraak voorbarig. Bovendien is het zinloos: het TTIP komt er omdat Europa en Amerika het beiden willen. Het is dan verstandiger de invloed op het verdrag zo groot mogelijk te maken. Als het klopt dat onze wetgeving, rechten en plichten ondergeschikt worden aan het handelsverdrag, moet Nederland de mogelijkheid hebben toe of tegen te stemmen. Via ons parlement of via een referendum.

Delen:



x

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief

Blijf up-to-date met het laatste nieuws over de inzet van expertise. Vul hier uw e-mailadres in.