Brede inzetbaarheid en taakroulatie zijn een interessante vorm van arbeidsflexibiliteit. Organisaties, medewerkers en de maatschappij profiteren ervan, nu en op de middellange termijn. Dat stelt TNO in het rapport Gebalanceerde Flexibiliteit.

Het onderzoeksinstituut noemt brede inzetbaarheid van cruciaal belang om mee te bewegen met de steeds sneller veranderende marktvraag en de vraag om steeds sneller te produceren. Taken die nu van toegevoegde waarde zijn, kunnen over een paar jaar bijvoorbeeld geautomatiseerd of geoutsourcet worden, waardoor medewerkers elders moeten worden ingezet. Daarnaast kan brede inzetbaarheid deels voorzien in de behoefte aan kwantitatieve flexibiliteit, door medewerkers in te zetten op plekken in de organisatie waar het meeste werk is. Dat voorkomt dat de ene afdeling overbelast is terwijl de andere overcapaciteit heeft, aldus TNO.

Zelfsturende teams

Cruciaal bij het nastreven van taakroulatie en brede inzetbaarheid is de juist balans tussen specialistische competenties, die een unique selling point kunnen zijn, en toch ook breed inzetbaar zijn. Het blijkt van belang te investeren in een brede basis van competenties via bijvoorbeeld opleiding en ontwikkeling, taakroulatie en het samenstellen van brede takenpakketten. Zelfsturende teams kunnen een belangrijke rol spelen, omdat dan veel bevoegdheden en verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie worden belegd. Dat stimuleert medewerkers het hele werkproces te overzien, zelf te bepalen wat beter kan in de werkprocessen en zelf te werken aan professionele ontwikkeling en brede inzetbaarheid.

Flexibele houding

Als het gaat om flexibeler inzet van kennis en arbeid maakt 91% van de werkgevers gebruik van een flexibele houding van het personeel, gevolgd door het inzetten van overwerk (81%). Flexibele werktijden worden gehanteerd door 79% van de ondervraagde werkgevers, terwijl 78% brede inzetbaarheid noemt als flexibiliteitsmaatregel. Een stuk lager scoren inbesteden (41%), uitbesteden (55%), deeltijdarbeid (55%) en flexibele contracten (68%). Het is afhankelijk van het werk, de organisatiestrategie en de schaarste aan expertise welke flexibiliteitsmaatregelen het beste bij een organisatie passen.

Strategische inzet

TNO benadrukt dat ad hoc flexibiliteit risico’s met zich meebrengt, voor werkgevers en werknemers. “Een strategische inzet van arbeidsflexibiliteit is een noodzakelijke voorwaarde voor gebalanceerde flexibiliteit”. Onderzoek toont aan dat ruim de helft van de werkgevers van zichzelf vindt dat ze een bewuste afweging maakt over de keuze voor flexibiliteitsmaatregelen. Een kwart zegt een beleid te voeren voor het percentage flexibele contracten. “Hierin valt dus nog een verbetering te maken”, concluderen de onderzoekers.

Over grenzen heen kijken

Daarnaast breekt TNO een lans voor samenwerking tussen organisaties, door veel meer over de grenzen van de eigen organisatie heen te kijken. De praktijk laat al zien dat uitwisselen van personeel binnen een sector een goede manier is om mensen kennis te laten maken met een andere omgeving. “Dit zou ook tussen sectoren veel op kunnen leveren”, verwacht TNO. “Mensen hebben vaak meer vaardigheden dan hun organisatie- of sectorspecifieke functiebeschrijving. Die vaardigheden kunnen op meer plekken worden benut.”

Samenwerking in regio

Ook samenwerking in een regio kan uitkomst bieden voor creëren van flexibiliteit en het oplossen van toekomstige arbeidsmarktvraagstukken. TNO onderzoekt momenteel hoe regionale samenwerkingsverbanden kunnen bijdragen aan de behoefte aan flexibiliteit van werkgevers. “Dit kan organisaties de stap verder brengen die nodig is om te komen tot de gebalanceerde arbeidsflexibiliteit die voor alle betrokkenen waarde toevoegt.”

Delen:



x

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief

Blijf up-to-date met het laatste nieuws over de inzet van expertise. Vul hier uw e-mailadres in.