De VAR verdwijnt per 1 mei 2016. Daarvoor in de plaats komt een hoop administratieve rompslomp. Terwijl het echte probleem, dat van de schijnzelfstandigheid, er niet door lijkt te worden opgelost.

De politiek wil alle ZZP’ers over één kam scheren, maar dat gaat helemaal niet. De goeden lijden nu onder de kwaden met de afschaffing van de VAR. Het was beter geweest als Den Haag eerst alle problemen rond schijnzelfstandigheid goed had onderzocht en daar effectief beleid op los had gelaten. Dat is de kern van de kritiek die Evert Verhulp, hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, op 21 februari in Nieuwsuur uitte op het besluit om de VAR vaarwel te zeggen.

Professionals maken bezwaar

Hij is niet de enige die moeite heeft met de gekozen aanpak. Meteen nadat de Eerste Kamer begin februari akkoord ging met de opheffing van de VAR werd een online petitie ertegen meer dan 20.000 keer getekend. De bezwaren van de veelal hoog opgeleide professionals zijn tweeledig. Er ontstaat nu een hoop administratieve rompslomp waar zij, maar ook opdrachtverstrekkers, niet om hebben gevraagd. En opdrachtgevers zullen nu veel vaker, vanwege die extra administratie en de bijbehorende risico’s, ZZP’ers gaan vragen om via payrolling te werken.

Overeenkomst beoordelen

Beide argumenten lijken hout te snijden. Een ZZP’er hoefde de VAR, de verklaring arbeidsrelatie, slechts één keer per jaar aan te vragen bij de Belastingdienst. Niet verplicht, maar die VAR maakte opdrachtgevers meteen duidelijk dat de ZZP’er ook echt zelfstandig is en dat er dus geen premies en loonheffing hoeven te worden afgedragen. Per 1 mei moeten ZZP’ers en opdrachtgevers samen een overeenkomst sluiten over de opdracht, het werk en de beloning. De Belastingdienst gaat die overeenkomst vervolgens beoordelen. Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid voor de zelfstandigheidsverklaring van opdrachtnemer naar opdrachtgever.

Met rust laten

De overheid lost op deze manier maar een heel klein deeltje van de perikelen rond zelfstandigheid op, meent hoogleraar Verhulp dan ook. Er komt nu een hoop administratief gedoe, terwijl de hele discussie over het ZZP-schap niet goed wordt gevoerd. “De ZZP’er is niet in één vorm te gieten. Veel ZZP’ers werken fatsoenlijk en zonder probleem, die had je beter met rust kunnen laten”, aldus Verhulp. “De echte discussie over hoe we ZZP‘ers in Nederland willen behandelen moet nog worden gevoerd.”

Fraude

De Belastingdienst hanteert van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 een zogenoemde implementatietermijn. In deze periode kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers eventueel hun werkwijze aanpassen om met de nieuwe overeenkomsten te kunnen werken. Tot die tijd houdt de Belastingdienst wel toezicht, maar zal die nog geen ‘repressieve handhavingsmaatregelen’ nemen. “Uiteraard blijven we overduidelijke gevallen van fraude aanpakken”, aldus de dienst.

Delen:



x

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief

Blijf up-to-date met het laatste nieuws over de inzet van expertise. Vul hier uw e-mailadres in.