Nederland scoort redelijk tot goed op lijstjes van innovatieve landen. We zijn goed in onderzoek en ontwikkeling. Dat moet ook. Innovatiekracht is pure noodzaak voor economische groei. Het is dus logisch dat de overheid innovatie stimuleert. Maar hanteert de overheid daarbij de juiste strategie?

Innovatie kan slaan op een nieuw product, een nieuwe dienst of nieuwe productiemethoden. Die nieuwe vondst moet vervolgens succesvol worden toegepast en breed worden verspreid of vermarkt. Een enkele keer is een innovatie spectaculair of ontwrichtend, zoals de smartphone en 3D-printer, maar de meeste vernieuwingen zijn doorontwikkelingen van bestaande kennis en technologie.

Internationaal

Nederland staat op de 5e plaats in de innovatie-ranking van de 28 EU-landen. Het is geen toppositie. Nederland voert hiermee de groep van 'innovatievolgers' aan. Wel scoort ons land goed op onderzoek, human resources, wetenschap en de samenwerking tussen de publieke en private sector. Minpunten zijn het gebrek aan private investeringen in onderzoek en ontwikkeling en het onvoldoende benutten van de wetenschappelijke output.

Plussen en minnen

Nederland is goed in onderzoek, technologie en kennis, maar slaagt er onvoldoende in de resultaten toe te passen en te gelde te maken. Hierop richt zich een deel van het huidige innovatiebeleid van de overheid. Maar dat beleid kan alleen succesvol zijn als ook het bedrijfsleven innovatiever wordt. Nederland blijft met het aantal innovatieve bedrijven ver onder het EU-gemiddelde.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stelt dat de onderzoeksinstellingen meer moeten samenwerken en dat de kwaliteit van het onderwijs verder omhoog moet. Ook moet de overheid zich beter organiseren met meer samenhang tussen de beleidsterreinen. Verder is er meer samenwerking tussen financiering, bedrijven, universiteiten en overheden nodig om gezamenlijk producten en diensten te ontwikkelen.

Arbeidsmarkt

De organisatie van de arbeidsmarkt heeft ook invloed op de innovatiekracht van Nederland. Zo is een verdere flexibilisering slecht voor innovatie omdat (persoonsgebonden) kennis sneller weglekt van vernieuwende marktleiders naar na-apers. Ook een versobering van arbeidsovereenkomsten, en dus lagere loonkosten, vermindert de innovatiedrift omdat verouderde bedrijven niet geprikkeld worden om productiviteitsverhogende technologieën in te voeren. Voor innovatie zijn dus ontslagbescherming, langdurige verbintenissen en faire beloning goed en werkt loonmatiging juist innovatie tegen.

Kritiek op innovatiebeleid

Ruwweg bestaat het innovatiebeleid van de overheid uit drie richtingen:

  • Focus op oplossingen voor maatschappelijke problemen.
  • Versterken waar Nederland al goed in is (topsectorenbeleid), waaronder tuinbouw, voedsel, chemie en water.
  • Verbeteren van de samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven.

De Rekenkamer is zeer kritisch over de effectiviteit van innovatiebeleid. Zo is het niet vast te stellen of een verhoging van het innovatiebudget (naar € 3,7 miljard in 2010) meer innovatief vermogen oplevert. Ook is de Rekenkamer kritisch over de gebrekkige coördinatie door het ministerie van Economische Zaken en het ontbreken van samenhang tussen de subsidieregelingen. De Rekenkamer bevestigt wat economen al jaren beweren: als subsidies al werken, dan is het bijna niet aan te tonen.

Er zijn globaal drie bezwaren tegen het huidige innovatiebeleid:

  • Het is geen taak voor de overheid om bedrijven te steunen.
  • Het is vrijwel onmogelijk vast te stellen of overheidssteun helpt.
  • Het is wel een overheidstaak om innovatie te bevorderen, maar niet om sectoren te selecteren.
Delen:



x

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief

Blijf up-to-date met het laatste nieuws over de inzet van expertise. Vul hier uw e-mailadres in.