De werkgelegenheid is afgelopen jaar spectaculair gestegen. Nieuwe vaste arbeidscontracten zijn echter ver in de minderheid ten opzichte van een sterk toenemend aantal flexibele verbintenissen. Oorzaak: vaste contracten zijn extreem vast.

Dat stelt directeur Bas ter Weel van economisch onderzoeksinstituut SEO in het AD. Hij baseert zich daarvoor op een onderzoek van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso). De onderzoekers vergeleken in 35 westerse landen hoe gemakkelijk of moeilijk het is voor de werkgever om afscheid te nemen van een werknemer. Daarvoor vergeleek de Oeso procedurele belemmeringen, opzegtermijn, ontslagvergoeding, bescherming en collectief ontslag.

Hoogopgeleiden krijgen alle bescherming

Nederland scoort extreem hoog op bescherming van vaste banen en vrij laag als het gaat om bescherming van flexibele arbeid. Nergens anders is de kloof tussen vast en flex dan ook zo groot als in Nederland, concludeert de SEO-directeur. “Probleem daarvan is dat de mensen die alle bescherming krijgen veelal hoogopgeleiden zijn die sowieso al de meeste werkzekerheid hebben. Deze groep voelt nauwelijks prikkels om zich te ontwikkelen en dat maakt ze kwetsbaar op de arbeidsmarkt. De flexibele medewerkers zijn net zo goed kwetsbaar, maar zij hebben niet de middelen om in zichzelf te investeren.”

Aan vastigheid is niets veranderd

De wet Werk en Zekerheid heeft niets verbeterd aan die situatie, omdat er niets wezenlijks is veranderd aan de vastigheid, vindt Ter Weel. Werkgevers zijn kopschuw om vaste contracten aan te gaan en werken om de wet heen. Dat levert een toename op van nulurencontracten, payrollconstructies en inzet van zzp’ers. “In andere landen hebben niet veel meer mensen flexcontracten, zo blijkt uit de Oeso-cijfers. Het verschil is niet anders te verklaren dan dat vast in Nederland te vast is.”

Denemarken voorbeeld hoe het anders kan

Ter Weel noemt Denemarken als voorbeeld van hoe het ook anders kan. Daar hebben werknemers eveneens een relatief hoge bescherming, maar dan gaat het meer over werkzekerheid dan over baanzekerheid. Wie zijn baan verliest krijgt een relatief hoge uitkering. De ex-werkgever heeft een inspanningsverplichting om de ex-medewerker aan een baan te helpen. Is er geen werk voorhanden, dan moet de ex-medewerker zich laten omscholen. “Als je vast minder vast maakt komen vaste krachten in beweging. Dat zorgt voor een betere match tussen werkgevers en werknemers. Dat is goed voor het productievermogen van de economie”, aldus Ter Weel.

Delen: