De huidige arbeidsmarkt is in tien jaar tijd totaal veranderd. Ook nu de werkgelegenheid toeneemt, zien we dat flex de norm is en dat anderhalf miljoen mensen zonder werk blijven. Zo’n veranderde arbeidsmarkt vraagt om een andere manier van belonen. En dus komt het basisinkomen terug van (nooit) weggeweest…

Het ‘klassieke’ basisinkomen is een maandelijks bedrag dat iedere volwassene ontvangt zonder tegenprestaties. Het bedrag is basaal genoeg om (sober) van rond te komen. Wie meer financiële armslag wil, kan gewoon aan het werk. Het loon wordt dan wel zwaar belast, soms wel tegen een tarief van vijftig procent. Voorstanders claimen dat het basisinkomen grote voordelen biedt in een economie waarin het werk door robotisering steeds schaarser wordt: we worden gelukkiger, gezonder, socialer, beter opgeleid en minder gestrest.

Basisinkomen maakt dure regelingen overbodig

Uiteraard moeten die aannames nog bewezen worden, maar andere voordelen zijn concreter. Zo maakt een basisinkomen de sociale regelingen met hun uitvoerings- en controlekosten overbodig. Wat er nog aan sociale voorzieningen resteert, hangt af van de voorkeuren van de ontwerpers. Denk aan werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, maar ook aan toeslagen voor ouders van (jonge) kinderen.

Basisinkomen: noch links noch rechts

Het basisinkomen was ooit het exclusieve domein van links, maar tegenwoordig wordt het ook steeds vaker door liberalen omarmd. De liefde van rechts valt wel te verklaren: een basisinkomen verkleint immers de herverdelingsrol van de overheid doordat er geen rondpompmachine en controleapparaat meer nodig zijn.

Is basisinkomen wel betaalbaar?

Maar is het basisinkomen wel te financieren? Volgens de voorstanders wel. Zij stellen dat het basisinkomen een 'overdrachtsuitgave' is die ons als samenleving niets kost. Het geld wordt herverdeeld over de samenleving die er in zijn geheel netto niet op achteruitgaat. Dat komt voornamelijk doordat mensen via de belastingen ‘hun eigen basisinkomen financieren’. Dit lijkt echter niet het volledige beeld. Want we weten niet wat de (indirecte) effecten op de economie zullen zijn. Leidt het basisinkomen bijvoorbeeld tot een lagere arbeidsdeelname? Hoe zit het met de loonvorming en loonhoogte? En wat wordt de belastinggrondslag waaruit de basisinkomens moeten worden gefinancierd?

‘Onbetaalbaar, onuitvoerbaar en onwenselijk’

Volgens VU-hoogleraar Economie Raymond Gradus is een onvoorwaardelijk basisinkomen onbetaalbaar en daarom ook onuitvoerbaar. Hij heeft berekend dat een basisinkomen van 1.000 euro per maand de maatschappij 200 miljard euro kost. Ook onder aftrek van alle uitkeringen, toeslagen en heffingskortingen kost het nog 75 miljard euro. "Dat betekent dat de belastingen met ten minste 25 procent omhoog zouden moeten gaan." Naast het financieringsaspect, vindt Gradus het idee van een basisinkomen ook onwenselijk en zelfs onsolidair. Iedereen krijgt hetzelfde bedrag: ook de mensen die wel kunnen werken, maar er toch voor kiezen om niets te doen. Mensen die ernaast blijven werken, betalen daar via belastingen aan mee.

Experimenten op lokaal niveau

Het basisinkomen heeft aantrekkelijk facetten, maar er is ook veel weerstand tegen de invoering ervan. Niemand weet namelijk wat de gevolgen ervan zullen zijn voor de arbeidsdeelname en arbeidsproductiviteit. Of voor de arbeidskosten. Plotsklaps invoeren lijkt dan ook een onverantwoorde stap in het duister. Maar omdat het idee zo aantrekkelijk is, is een twintigtal gemeenten wel al aan de slag met lokale experimenten. Dit moet mogelijk worden met een Algemene Maatregel van Bestuur die medio 2017 verwacht wordt. Op landelijk niveau zijn partijen minder enthousiast. Twee kleine partijen hebben het basisinkomen als kernpunt van hun programma: de Basisinkomen Partij en de Vrijzinnige Partij. Ze behaalden in 2017 geen Kamerzetels.

Delen:



x

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief

Blijf up-to-date met het laatste nieuws over de inzet van expertise. Vul hier uw e-mailadres in.